Pom Pom - Indochina

We rijden Nha Trang binnen even na zonsopgang. Toch is de stad reeds in volle bedrijvigheid. Iedereen, jong en oud, is aan het sporten. De ochtend ademt een quasi fanatieke gezondheidsdrang uit. Hier het groepje in het wit geklede honderdtwintigjarigen die voor elke China-documentaire worden ingehuurd om Tai Chi in een parkje te bedrijven. Daar jonge spierbundels die een anderhalve marathon aan het spurten zijn, briesend als losgeslagen veulens. Ginds een hevig gesticulerende vijftiger die via doorgedreven Zweedse gymnastiek zijn echte leeftijd op afstand tracht te houden. Zelfs het inchecken in het hotel gaat op hetzelfde elan door. De oma van het huis, een duim groot, staat overtuigd en bijna beangstigend boksbewegingen te maken zoals Muhammad Ali in zijn betere jaren.

De stad zelf is een Oost-Europese enclave met overal cyrillische letters. De straten zijn gevuld met rode Russen, niet uit overtuiging maar door zonnebrand. Voor de rest bestaat Nha Trang uit strand (check), palmbomen (check), water in golfvorm (checkerdecheck) en vertoont ze vooral een hoge concentratie laagvliegende en dikbuikige macho's.

We houden het in dit strandparadijs welgeteld een nacht vol. De bergstad Dalat, bezongen in tal van reisgidsen, kan ons evenmin bekoren. Dat de stad omringd is door kilometers serres die 's nachts verlicht zijn, helpt ook niet echt mee. We springen dus zo snel mogelijk op een bus naar Ho Chi Minh stad, het vroegere Saigon.

Het is de grootste stad van Vietnam en ze barst van de sfeer. Venters en ventsters proberen alles te verkopen: zonnebrillen, 'authentieke' zippo-aanstekers, boeken, sigaretten, massages en waaiers. Net zoals hun eigen vaders en moeders die trachtten te slijten aan de Amerikaanse soldaten van toen. Er hangt hier ook zo'n 'oude blanke mannen onder blanke oude mannen'- ambiance van veel drank en hoogstaande conversaties waarin bier en vrouwen op een even genuanceerde manier worden geevalueerd.

En dan zijn er de boeddhistische monniken. Iedereen ter wereld is het eens over het uiterst hoge knuffel- en zengehalte van die schattige oranje kaalkopjes. Wij ook. We dachten dus dat ze tijdens stoppauzes van de bus eventjes gezellig zouden gaan leviteren langs de kant van de weg. Vergeet het: sigaretje opsteken en de gsm nog eens checken, dat doen ze. En hun leeg zakje chips (CHIPS!) zonder mediteren de natuur in kieperen. Nee werkelijk, ze pakken goed op foto, dat moet gezegd, maar we gaan er uiteindelijk toch geen in huis nemen.