Pom Pom - Madagascar

We zijn eventjes westers verwend geweest in Zuid-Afrika, maar nu zitten we helemaal in een Afrique profonde dat we zelfs in Kenia en Oeganda niet gezien hebben. Afrika, jazeker, maar met een herkenbare Franse stempel, het handelsmerk van deze kolonisator waar ook ter wereld. De straatnaamborden, de baguettes, de kilometerpalen met hun rode hoedje, de restaurants met hun typische kaart (foie gras, rillettes, magret de canard...), het zwaar parigoteren dat de Malagassi als de besten kunnen imiteren en de Franse golden oldies die ons vanuit open cafedeuren komen aanwaaien. Claude Francois, Tino Rossi, Dalida en Joe Dassin zijn hier nog springlevend.

We krijgen ook een haast Cubaans gevoel vanwege het antieke Franse vervoer. Alle taxi's in Tana zijn ofwel deuxchevautjes of R4'tjes. Luid kuchend, sommigen ter plaatse desintegrerend, kruipen ze de steile hellingen van de ville haute op, in een wolk van blauwige benzinedampen met de lekker ongezonde geur van weleer. Op een dag zien we een eeuwenoud Citroen-bestelwagentje, tot barstens toe gevuld met stokbroden op de Nationale 7. Franser krijg je het echt niet.

Omdat we onze vermoeiende taxi-brousse-trajecten vaak afwisselen met lange wandelingen, merken we algauw dat de mensen ontzettend vriendelijk zijn. Ze hebben een soort van zoetlachse verlegenheid over zich die maakt dat ze niet het eerste contact zoeken, noch de neiging hebben om zich op te dringen. Maar, zodra we oogcontact zoeken en 'Salama' (Goeiedag) zeggen, krijgen we van zowat iedereen een oprechte glimlach terug. Soms houden we er weliswaar een fijnkost-gevoel aan over, wanneer ze ons met (de meervoudsvorm?) 'Salami' teruggroeten. Het is een open en lachend volkje, ondanks de diepe miserie waarin het land zich, 'dankzij' zijn illustere leiders, al jarenlang bevindt.

Op de koop toe zijn ze erg muzikaal. De ene neuriet overtuigd mee met een liedje op zijn gsm. De andere, een been opgetrokken tegen een muur, staat te tokkelen op zijn ietwat ontstemde gitaar. Een groepje scholieren overbruggen solidair zingend de dagdagelijkse kilometers naar hun school. 'Food for the soul', zei Anneke in een Angelsaksische bui en gelijk had ze. Al deze mensen stralen levenslust en vreugde uit ondanks hun allesbehalve evidente levensomstandigheden. Ze geven ons gratis en voor niks een shot menslievendheids-energie die wij Europeanen, door onze stilaan chronische grumpiness, zijn kwijtgespeeld.